congruent

 


Dit zijn 2 stertegels met dezelfde vorm en even groot. We zeggen: "Deze figuren zijn congruent".


Twwe driehoeken: dezelfde vorm en grootte. We zeggen: "Deze figuren zijn congruent".


Twee gelijkgevormde figuren. En even groot. We zeggen: "Deze figuren zijn congruent".


Deze driehoeken zijn niet congruent. Ze zijn wel gelijkvormig.


Niet congruent. Niet dezelfde vorm.

 

Twee figuren zijn congruent wanneer ze dezelfde vorm hebben en even groot zijn.
Meer modern gezegd: Twee figuren zijn congruent als er een isometrie bestaat, die de ene figuur op de andere afbeeldt.

Toetsing


verwante onderwerpen:

 

naar begin pagina


©jos hendriks, 2008