hoek

als in: "een hoek van 90 graden " , "de hoeken van de driehoek"


Hier een aantal hoeken. Je ziet dat er door twee lijnstukken altijd twee hoeken worden gevormd


De lijnstukken worden de benen van de hoek genoemd. Het gemeenschappelijke punt van deze benen noemen we het hoekpunt.


Hier drie hoeken. De bovenste twee noemen we rechte hoeken: de benen staan loodrecht op elkaar. De onderste noemen we een gestrekte hoek.


Twee elkaar snijdende lijnen vormen altijd vier hoeken.

 

De grootte van een hoek


De grootte van een hoek wordt uitgedrukt in graden. Een rechte hoek is 90 graden. Een gestrekte hoek is 180 graden. Gaan we helemaal rond dan heb je een hoek van 360 graden.


Nog een paar hoeken met hun grootte.

Vaak wordt het woord "graden" weergegeven met het symbool ° . We schrijven dan 90°, 30°, 360° etc.

Er is nog , in de wiskunde een algemeen gebruikelijke, manier om de grootte van een hoek aan te geven. Namelijk in radialen. Een hoek van 360° is dan een hoek van 2 maal Pi (2Pi) radialen en een rechte hoek dus 1/2 maal Pi radialen

 

toetsing:

  1. Wat kan je zeggen over hoek 1 en 2 en ook over hoek 3 en 4:
  2. Wat kun je zeggen over hoek 1 en 3 en ook over hoek 2 en 4:
  3. Geef een schatting van de grootte van de volgende hoeken:

  • verwante onderwerpen:

    driehoek
    pi

     

    naar begin pagina


  • ©jos hendriks, 2008